Randstad Perikelen!
De Randstad bestaat wel - De Randstad bestaat niet

Rob van der Bijl
Februari 2012

Volgens Niek de Boer (1996) bestaat de Randstad niet echt.
In ieder geval heeft de Randstad geen burgemeester, constateert Rob van der Bijl (2001).
En is de Randstad volgens het Ruimtelijk Planbureau (2007) geen netwerkstad.

Volgens de oude stedebouw-prof Niek de Boer is Amsterdam geen wereldstad, evenmin als Rotterdam, laat staan Den Haag of Utrecht. "Vegen we deze steden en wat er tussen ligt bijeen onder de noemer Randstad (een ring van steden om het zogenoemde Groene Hart), dan is niet als bij toverslag een nieuwe wereldstad geboren. Zo werkt het niet. Wat is de werkelijkheid", vroeg De Boer zich reeds vele jaren geleden af. En dat doen we eigenlijk nog steeds.

De Randstad is géén netwerkstad. Dat constateerde het Ruimtelijk Planbureau al in 2007 uit een lijvige studie. Die conclusie is van belang voor de theorievorming over netwerksteden, maar ook voor concreet beleid voor het Randstedelijk gebied. Rob van der Bijl heeft het immer actuele rapport van het planbureau destijds tegen het licht gehouden en vraagt zich nog steeds af of er werkelijk geen belangrijke samenhangen op het niveau van de Randstad bestaan. En, als de Randstad geen netwerkstad is, wat is het dan wél?
Voor het antwoord op deze vraag download het artikel De Randstad bestaat! van Rob in Blauwe Kamer hier...

Zie verder op deze pagina een bewerking van het artikel Deltametropool? Stad zonder burgemeester (Rob van der Bijl, 2001). Klik hier...

top

home

Deltametropool?
Stad zonder burgemeester

Rob van der Bijl
April 2001

Discussie (over dit artikel)
Klik hier...

April 2006

Delta Metropolis?
City without mayor

Sorry, no English version!

West-Nederland nog lang niet klaar voor Deltametropool

Het initiatief om uit de Hollandse stedenzwerm een Deltametropool te smeden komt veel te vroeg. Het nu al ontwikkelen van vijf grote stadshavens als knooppunten in de vermeende Randstad, zoals de voorstanders willen, zal geen wereldstad van het westen maken. Dat is nog teveel een los verband van stadsregio's, steden en stadjes die niet aan elkaar gewaagd zijn en elkaar te weinig completeren. Ook voor de bewoners van de stedenzwerm is de Deltametropool geen dagelijkse realiteit. Zij zijn vooral gericht op hun eigen regio.
Toch biedt de Deltametropool grote mogelijkheden. Maar eerst moet de interne samenhang worden versterkt en worden gewerkt aan de vernieuwing van het bestuur en de infrastructuur. Ondertussen kan dan de Vereniging Deltametropool zich inspannen om internationaal te promoten dat West-Nederland meer is dan Keukenhof en Rijksmuseum: al bijna een echte Deltametropool.

top Schildersscholen

Pogingen om de stedenzwerm in het westen van Nederland te waarderen hebben een lange traditie. De historicus Johan Huizinga liet dat al in 1941 zien in zijn bundel Nederland in de zeventiende eeuw: "De gelukkige verdeling van nering en welvaart over een groot aantal zelfstandige centra veroorloofde ook aan de steden die verre na Amsterdam kwamen, aan Haarlem en Rotterdam, aan Leiden, Dordrecht, Delft, Utrecht, Middelburg, om elk op haar manier beschavingshaard te zijn. Het spreekt uit niets zo duidelijk als uit het feit dat zovele steden elk hun schildersschool voortbrachten. Tot de handhaving van de verscheidenheid in beschaving en kunst heeft ongetwijfeld de bewuste politieke naijver der steden niet weinig bijgedragen."
Met het verschijnen van het eerste deel van de Vijfde Nota over de Ruimtelijke Ordening staat die stedenzwerm nu op de kaart als Deltametropool. Een heuglijk feit voor de pleitbezorgers van de Deltametropool, al heeft dat het bestuur van de Vereniging Deltametropool niet verhinderd stevige kritiek te uiten op het werkstuk van minister Pronk. Het bestuur is verheugd dat 'het kabinet de indruk wekt dat de Deltametropool al zou bestaan', maar is ontevreden omdat de Vijfde Nota in het midden laat 'aan welke kwaliteitseisen de Deltametropool als Europese metropool moet voldoen' - zo verklaart de vereniging op haar internetsite. Zij twijfelt ernstig aan de 'operationele waarde' van de nota, 'omdat een vervoersconcept voor de Deltametropool ontbreekt'. Volgens de vereniging verzuimt minister Pronk daarmee aan te geven hoe de 'huidige losse stedenzwerm' kan worden omgevormd 'tot een samenhangend stedelijk systeem'.
In het najaar van 2000 wees in het Amsterdamse cultuurcentrum De Balie zowel de stedebouwkundige Yap Hong Seng als hoogleraar planologie Len de Klerk erop dat er geen goede definitie van het begrip Deltametropool bestaat. Dat is een nogal formeel standpunt, immers uit de beginselverklaring en het vele promotiewerk van de Vereniging valt zeker een concept van de Deltametropool op te maken. Dat concept is misschien niet op alle punten consistent, het vereist wellicht nog nader onderzoek, maar de hoofdzaak is duidelijk. De Deltametropool is in de ogen van zijn initiatiefnemers op weg een samenhangend stedelijk systeem rond vijf stadshavens te worden. Het krijgt gestalte op het schaalniveau van West-Nederland en het heeft een nationale en internationale betekenis.

top Snelwegpanorama

Ondanks de inconsistenties in het concept is de Deltametropool aangewezen als een van de Grote Projecten in de Architectuurnota (getiteld Ontwerpen aan Nederland - Architectuurbeleid 2001-2004), uitgebracht door de ministeries van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen (OC&W), Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM), Verkeer en Waterstaat (V&W ) en Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV). In deze nota wordt de Deltametropool gezien als een 'meerkernige metropool' van 'Europees formaat'. Het ministerie van VROM heeft het project geadopteerd en beschouwt de onderneming vooral als een groot interdepartementaal samenwerkingsverband. Die samenwerking moet onder meer ontwerpstudies opleveren om het concept van de Deltametropool 'nader te concretiseren'.
Wat precies de bijdrage van ontwerpers moet zijn is nog niet uitgewerkt. Wel liet de Rijksplanologische Dienst, onderdeel van het ministerie van VROM, eind 2000 het ontwerpbureau Mecanoo een architectuurstudie doen naar de betekenis van hoogbouw en snelwegpanorama's - alsof de Deltametropool reeds een echte stad was rondom de corridors van de snelwegen in het Westen.
De initiatiefnemers van de Deltametropool zijn overtuigd dat West-Nederland meer is dan de som van de afzonderlijke steden. Volgens de beginselverklaring uit 1998 van de propagandisten van het eerste uur - de wethouders van ruimtelijke ordening van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht - moeten daarom vijf centrale stadshavens ontwikkeld worden. Dat zijn het Amsterdamse centrum met de Zuidas, Schiphol, Den Haag Centraal (Hoog Hage), Rotterdam Centraal en het Utrecht Centrum Project. In deze centrale punten komen internationale verbindingen samen. "Door deze vijf stadshavens openbaar railvervoer te bieden dat de snelheid van de TGV combineert met de frequentie van agglomeratievervoer worden de nu als vier stadsgewesten of als twee randstadvleugels onderscheiden gebieden geïntegreerd tot één stedelijk complex, de Deltametropool", schrijven de initiatiefnemers.

top Cijferwerk

Als de Deltametropool al niet bestaat, dan zal dat binnen afzienbare tijd zeker wel het geval zijn - tenminste als we de enthousiaste pleitbezorgers moeten geloven. Maar behalve de visies van rijksplanologen die nu reeds panorama's en vensters op de Deltametropool laten ontwerpen, of van architectuurbeleidmakers die de Deltametropool omarmen als Groot Project, zijn er ook alternatieve visies.
En daar is alle reden voor. Alleen de naam al: Delta-metropool. De Hollandse Delta ligt toch veel zuidelijker, bij de Zuid-Hollandse eilanden en Zeeland? En dan Delta-metropool. Metropool staat toch ten minste voor grote aantallen? Zelfs als we West-Nederland niet vergelijken met klassieke metropolen zoals Londen of snelle groeiers in Azië, maar met enigszins vergelijkbare stedenzwermen, dan nog hoort de Hollandse stedenzwerm daar niet bij. Vergelijk bijvoorbeeld de aantallen inwoners: West-Nederland zes miljoen, het Ruhrgebied tien miljoen, Los Angeles twaalf miljoen.
De Deltametropool als planologisch concept is gebaseerd op de veronderstelling dat de schaalvergroting die tot netwerksteden heeft geleid, wordt gevolgd door een nieuwe, verdergaande schaalvergroting. De term Deltametropool suggereert dat er een nieuwe samenhang ontstaat op het relatief hoge schaalniveau van West- Nederland.
Maar empirisch onderzoek spreekt die veronderstellingen tegen. De Adviesdienst voor Verkeer en Vervoer (AVV) onderzocht eind 1999 de vervoersbewegingen in het gebied. De AVV concludeert dat niet kan worden gesproken van een samenhangend netwerk in het Westen. Wel blijkt uit de berekeningen dat de Noord- en de Zuidvleugel van de Randstad afzonderlijk, samenhangende netwerken zijn. Dat geldt ook - op een nog lager schaalniveau - voor een aantal gebieden in die vleugels: de stadsgewesten van Amsterdam, Den Haag en Rotterdam alsook de zone Amsterdam-Haarlem, het gebied Hilversum-Amersfoort-Utrecht in de Noordvleugel, en Den Haag-Leiden en Rotterdam-Dordrecht in de Zuidvleugel.
De Vijfde Nota constateert uit het cijferwerk van de AVV dat zeventig procent van de verplaatsingen zich afspeelt binnen een straal van tien tot twintig kilometer van de grote steden. Dit bereik bevestigt het bestaan van nieuwe netwerkregio's, maar toont tegelijkertijd aan dat er op het niveau van West-Nederland nog geen vergelijkbaar sterke samenhang bestaat. Populair uitgedrukt: Dordrecht heeft nog niets van doen met Haarlem en Almere nauwelijks iets met Zoetermeer.
Recent onderzoek van het Nederlands Economisch Instituut (NEI) ondersteunt het beeld dat de AVV schetst. De dagelijkse leefwereld van de netwerkstedeling mag dan een veel groter bereik hebben gekregen dan de traditionele compacte stad, de reikwijdte van het daily urban system beslaat nog lang niet die van de vermeende Deltametropool.

top Nationale koploper

Op een recente bijeenkomst in het Nederlands Architectuurinstituut (voorjaar 2001) plaatste de publicist Geert Mak vraagtekens bij de vanzelfsprekendheid waarmee de Deltametropool wordt geponeerd als bestaande werkelijkheid. "Is het werkelijk één metropool? Zijn het noordelijk en het zuidelijk deel niet twee afzonderlijke netwerken?", vroeg hij zich hardop af. Mak acht de ontwikkeling naar één systeem op de lange termijn weliswaar onvermijdelijk, maar volgens hem gaat het niet zo snel als sommigen denken.
Het Bureau Regio Randstad - waarin de provincies, grote steden en stadsregio's uit de Randstad samenwerken - trekt dezelfde conclusie in zijn onlangs gepubliceerde nota Naar een blauwgroene Deltametropool. Net als Mak vinden de samenstellers dat de Randstad weliswaar op weg is een eenheid te worden, maar dat dit 'nu nog onvoldoende het geval is'.
Volgens de aanhangers van het Deltametropool-concept is het de bedoeling dat de vier grote steden elkaar completeren. Van oudsher bestaat in West-Nederland een zekere taakverdeling: de luchthaven en de media in de Amsterdamse regio, het landelijk bestuur in Den Haag, de zeehaven in Rotterdam-Rijnmond en het nationale spoorwegknooppunt in Utrecht. Dit spreidingspatroon is vanaf de jaren zeventig zelfs nog versterkt. Den Haag verstevigde zijn positie als gastheer van internationale instellingen. Utrecht werd het nationale winkelcentrum en klom tegelijkertijd op in de markt van congressen en beurzen. Rotterdam verbeterde sterk zijn culturele functie, deels ten koste van Amsterdam dat niettemin op cultureel gebied nog steeds de nationale koploper is.
De vraag is echter of de vier centra ieder afzonderlijk een substantiële bijdrage kunnen leveren aan het grotere geheel van de Deltametropool. De Vereniging Deltametropool en andere pleitbezorgers positioneren Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht als de 'stadshavens' van de Deltametropool, naast de internationale luchthaven Schiphol. Daarmee wekken ze de indruk dat deze centra ieder op hun eigen wijze een bijdrage kunnen leveren aan de metropool, ongeveer zoals bestaande polynucleaire metropolen (het Ruhrgebied, Los Angeles) uit een groot aantal gelijkwaardige centra bestaan.

top Hoedenwinkel

De steden in het gebied van de Deltametropool zijn echter verre van gelijkwaardig. Om te beginnen is het verschil tussen Amsterdam en de rest van de Hollandse steden daarvoor veel te groot. In die zin is er nog niets veranderd sinds de zeventiende eeuw waarover Huizinga schreef. Onmiskenbaar kan Amsterdam - ondanks zijn dorpse omvang - zich meten met de allure van grote steden in het buitenland. Dat geldt echter voor geen enkele andere Nederlandse stad, alleen Rotterdam in sommige opzichten. Maar, zo beweert de mediabekendheid, overtuigd Rotterdammer en hoedenfanaat Wilfried de Jong, naar een goede hoedenwinkel hoef je in de Maasstad niet te zoeken, daarvoor moet je naar Amsterdam: "Daar zijn maar liefst drie zaken."
Een tweede aanwijzing voor de ongelijkwaardigheid van de steden is de sterke ontwikkeling van Schiphol. Op de discussieavond in de Balie stelde Len de Klerk terecht dat in Nederland slechts één nieuw internationaal knooppunt realiseerbaar is, namelijk Schiphol-Amsterdam.
De derde aanwijzing is het eerder genoemde AVV-onderzoek. De vervoersstromen in het stadsgewest Amsterdam overtreffen die in de stadsgewesten van Den Haag en Rotterdam, terwijl het stadsgewest Utrecht niet eens een samenhangend netwerk blijkt te vormen.
De bijzondere positie van Amsterdam temidden van de andere drie steden, of zogewild havens van de Deltametropool, zou nog geen wezenlijk probleem zijn zolang elk van die kleinere steden een unieke, eigen inbreng zou leveren aan het geheel. Maar behalve enkele specifieke taken (het openbaar bestuur in Den Haag, de zeehaven in Rotterdam, enzovoort) zijn ze elk niet meer dan een compleet stadje. Zo is in alle vier de grote steden, op enkele bijzondere voorzieningen na, een vergelijkbaar pakket aan winkelvoorzieningen aanwezig.
Volgens Johan Huizinga was Holland in de zeventiende eeuw - dankzij de concurrentie tussen de steden! - cultureel sterk genoeg om meerdere schildersscholen voort te brengen. Een samenwerkend Holland had maar één enkele school opgeleverd, maar die had misschien wel belangwekkender kunnen zijn. Soortgelijke dilemma's zijn nog steeds actueel voor een beoordeling van het Deltametropool-potentieel. Vooralsnog heeft elke stad zijn eigen schildersschool.

top Weinig stations

De pleitbezorgers van de Deltametropool hechten veel belang aan hoogwaardige verbindingen, zowel tussen de vier grote steden onderling, als tussen de Deltametropool en het buitenland. Zeker is dat Rotterdam en Schiphol/Amsterdam worden aangesloten op het internationale netwerk van hogesnelheidslijnen. Dat komt de Deltametropool als geheel ten goede, zo is tenminste de verwachting. Sterker nog, die hoogwaardige verbindingen worden gezien als voorwaarde voor het kunnen bestaan van een Deltametropool.
Algemeen wordt namelijk aangenomen dat infrastructuur - zoals hier een hogesnelheidslijn of het Rondje Randstad - een positief effect heeft op de economische ontwikkeling van oude en nieuwe centra. Uit onderzoek in binnen- en buitenland blijkt echter dat "niet het gebied waar de infrastructuur wordt aangelegd, maar de regio met de grootste economische vernieuwingskracht profiteert", aldus Pieter Schrijnen, docent regionale economie aan de TU Delft. Een bekend voorbeeld is het effect van de TGV op de positie van Parijs. Anders dan verwacht heeft de komst van de Franse hogesnelheidslijn de centralistische rol van de Franse hoofdstad eerder versterkt dan verzwakt. Zo ook zou vooral Amsterdam kunnen profiteren van de hogesnelheidslijn, in plaats van dat de gelijkwaardigheid van de vier grote steden en daarmee de eenheid van een Deltametropool versterkt wordt.
De samenhang van de Deltametropool wordt door infrastructuur als de hogesnelheidslijn nauwelijks vergroot. Weliswaar neemt de reistijd tussen een aantal centra aanzienlijk af, de totale reistijd van verplaatsingen binnen de Deltametropool als geheel zal niet wezenlijk veranderen. De hogesnelheidslijn heeft in West-Nederland tenslotte maar weinig stations en zodoende profiteren vooral (inter-)nationale reizigersstromen.
Dat probleem kleeft nog veel sterker aan de perifeer gelegen stations van een mogelijke zweeftrein. Ook die hebben vooral een (inter-)nationale functie. Daarom sprak het Bureau Regio Randstad zich onlangs uit tegen een zweeftrein of andere Rondjes Randstad. Dat soort infrastructuur levert geen bijdrage aan de vervoerkundige - en daarmee stedebouwkundige - samenhang van de Deltametropool en zijn regio's.

Netwerk RandstadRail

top Nog somberder

Voorlopig is de Deltametropool niet meer dan de optelsom van twee stedenzwermen, de Noordvleugel en de Zuidvleugel van de Randstad. Een metropool op de schaal van West-Nederland is nog ver weg. Initiatieven om in deze regio meer samenhang te creëren zouden recht moeten doen aan deze stand van zaken. In plaats van het geforceerd inzetten op een te hoog schaalniveau lijkt het verstandiger eerst de samenhang te bevorderen van de stedelijke regio's binnen de beide vleugels. In het noorden is dit de regio van Amsterdam, te weten het gebied tussen de Noordzeekust en Almere, door de provincie ook wel aangeduid als Noord-Holland-Zuid. Aan de andere zijde gaat het om de stedelijke regio Den Haag-Rotterdam, met uitlopers naar Leiden en Dordrecht.
In beide vleugels ontbreekt het nog steeds aan volwaardige samenhangende regionale netwerken van openbaar vervoer, ondanks langdurige discussies. Illustratief is het jarenlange geharrewar rond RandstadRail. De situatie in de Amsterdamse regio is zo mogelijk nog somberder. Sinds het midden van de jaren negentig wordt daar gesproken over de bouw van een RegioNet. Tot nu toe is daar helemaal niets van gerealiseerd. Er zijn zelfs nog geen haalbare, laat staan afgeronde plannen gemaakt.
Ook de netwerken van autowegen zijn op dit regionale niveau nog incompleet. In beide regio's ontbreken belangrijke schakels, bijvoorbeeld het A4-tracé in Midden-Delfland en de verbinding tussen Almere en het zuidelijke deel van de Amsterdamse agglomeratie en Schiphol.
Voordat een stedebouwkundige schaalsprong in West-Nederland mogelijk is, zal eerst dit soort regionale fundamenten gelegd moeten worden. Deze conclusie trekt het Bureau Regio Randstad in feite ook in Naar een blauwgroene Deltametropool. In plaats van zich te verliezen in een Rondje Randstad zou het bestuur juist hoge prioriteit moeten geven aan, zo schrijft het bureau, 'de verdere uitbouw van regionale (light-)railnetwerken'.

top Geen burgemeester

Behalve de infrastructuur zijn ook de bestuurlijke condities ontoereikend om het samenhangende en evenwichtige stedelijk systeem van de Deltametropool van de grond te krijgen.
Neem de Amsterdamse regio. Bestuurlijk valt deze uiteen in vele gemeenten, die dikwijls moeizaam samenwerken en waar een voortdurende spanning bestaat tussen het grote Amsterdam en de vele kleintjes eromheen. En terwijl het grootste deel van de regio binnen het zuidelijk deel van de provincie Noord-Holland valt, ligt uitgerekend Almere - waar de komende jaren het leeuwendeel van de nieuwe woningbouw en ook een aanzienlijk portie werkgelegenheid worden gerealiseerd - in de provincie Flevoland. Dat is niet handig, want Almere vormt een onlosmakelijk onderdeel van de Amsterdamse netwerkregio.
Voor de samenhang het meest fnuikend is echter dat de bestuurlijke versplintering niet wordt opgeheven door een regionaal bestuur. Er bestaat weliswaar een Regionaal Orgaan Amsterdam (ROA), bedoeld als voorloper van de nimmer gerealiseerde stadsprovincie, maar dat bestrijkt uitsluitend Amsterdam en aangrenzende gemeenten, en bijvoorbeeld niet Almere en ook niet Haarlem en IJmond.
In de Zuidvleugel is de bestuurlijke situatie minstens zo ingewikkeld, met twee grote gemeentes en twee kaderwetgebieden. Verder ontbreekt behalve regionaal bestuur ook een bovenregionale bestuursvorm voor West-Nederland. Voorlopig blijft de Deltametropool verstoken van een burgemeester!
De Vijfde Nota heeft de noodzaak van adequate infrastructurele en bestuurlijke condities als het ware via een omweg onder de aandacht gebracht, namelijk door ze niet op de agenda van de ruimtelijke ordening te plaatsen. Terecht heeft de Vereniging Deltametropool kritiek geuit op minister Pronk; zijn nota schiet in operationele zin inderdaad sterk tekort. De uiteindelijke verstedelijking, ook wel aangeduid als het trekken van rode en groene contouren, laten Pronk en de zijnen over aan het lokale krachtenspel. Door het ontbreken van een doelmatige regionale bestuursvorm blijft de uitkomst van dit spel onzeker. Het is niet waarschijnlijk dat het zal resulteren in de omvorming van stedenzwermen in samenhangende eenheden als voorlopers van een Deltametropool. De Vereniging Deltametropool zou een grote overwinning boeken wanneer zij de regionale bestuurlijke condities van ruimtelijke ordening serieus op de politieke agenda zou krijgen.

top Keukenhof?

Een Deltametropool is nog ver weg. Eerst moet hard gewerkt worden aan de ontwikkeling van levensvatbare, samenhangende stedelijke regio's. Dat neemt niet weg dat het vanuit een internationaal perspectief amper valt voor te stellen dat Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht, maar zeker ook Haarlem, Almere, Leiden en Dordrecht allemaal zelfstandige steden vertegenwoordigen.

Het beeld dat in het buitenland van West-Nederland heerst komt veel meer overeen met dat van het cliché uit de toeristische brochure. Nederland wordt als het ware gereduceerd tot het gebied rond de Keukenhof, vlakbij Amsterdam en niet ver van Brussel en Parijs, op slechts enkele minuten vliegen van Londen. Het kan geen kwaad - alleen al uit economische overwegingen - dit beeld bij te stellen en tegelijkertijd een optie te nemen op de stedelijke toekomst van West-Nederland. Tot nu toe heeft de Vereniging Deltametropool bewezen juist hier nuttig werk te kunnen verrichten. Aldus zou de vereniging zich kunnen opmaken voor wellicht haar belangrijkste taak, namelijk op internationaal niveau het 'merk Keukenhof' helpen vervangen door een merk dat haar eigen naam draagt.

top Discussie

April 2006
Pieter Schrijnen (TU-Delft) reageert naar aanleiding van de volgende passage uit bovenstaande tekst - Een bekend voorbeeld is het effect van de TGV op de positie van Parijs. Anders dan verwacht heeft de komst van de Franse hogesnelheidslijn de centralistische rol van de Franse hoofdstad eerder versterkt dan verzwakt.-
Maar volgens Schrijnen klopt dit niet: "Onderzoek van Bonnafous begin jaren negentig bracht juist het tegenovergestelde aan het licht: het Parijse bedrijfsleven profiteerde minder dan het bedrijsfleven uit de Région Sud Est (Lyon, Grenoble). Het regionale initiatief leidde tot meer investeringen dan de initiatieven uit het centrum. Ik zou dus zeggen: Anders dan verwacht heeft de komst van de Franse hogesnelheidslijn de centralistische rol van de Franse hoofdstad eerder verzwakt dan versterkt!"

"Misschien voor een volgend verhaal", besluit Schrijnen. Inderdaad, maar ook misschien aanleiding voor meer reacties. Ondertussen hartelijk dank.

Pieter M. Schrijnen is als Assistant Professor Regional Planning werkzaam bij het Department of Transport & Planning van Delft University of Technology.

 

 

top

home

Tekst: RVDB/Rob van der Bijl 2001-2002/2006
Foto's RVDB & Light Rail Atlas

Deze tekst is een bewerking van een artikel uit Blauwe Kamer, nr. 2, 2001


(C) RVDB, Amsterdam 2002-2012